Op het einde van de jaren 80, heeft de Federatie het CHARTER VAN DE BOUWERS VAN INDIVIDUELE WONINGEN opgesteld
Een beroep doen op een aannemer die lid is van het CHARTER van de Bouwers van Individuele Woningen houdt in dat u een maximum aan waarborgen geniet .
De leden van het CHARTER dienen immers te voldoen aan SELECTIECRITERIA :
|
lid zijn van de Federatie van Algemene Bouwaannemers;
|
|
geregistreerd zijn in de zin van het Koninklijk Besluit van 26 december 1998;
|
|
erkend zijn in categorie 2D, overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 betreffende de erkenning van de aannemers. |
De ondernemingen die het Charter ondertekenen gaan bovendien een aantal verbintenissen aan, zoals die om de wet Breyne van 9 juli 1971 en de overeengekomen prijs en termijn na te leven en zich te houden aan de principes van de beroepsethiek .
CONTROLE VAN DE VERBINTENISSEN VAN DE ONDERTEKENAARS VAN HET CHARTER
Het staat vast dat deze verbintenissen van de ondertekenaars van het Charter dienen te worden gecontroleerd, wil men aan het Charter enige geloofwaardigheid geven. Bijgevolg werd een Toezichtcommissie in het leven geroepen om deze controle uit te voeren.
Om de objectiviteit van deze Commissie te waarborgen, werd beslist ze open te stellen voor personen van buiten de beroepsorganisatie; zij is bijgevolg niet enkel samengesteld uit vertegenwoordigers van de aannemers, maar ook uit een lid van de Nationale Raad van de Orde van Architecten en een vertegenwoordiger van een verbruikersorganisatie.
Tevens werd het noodzakelijk geacht het voorzitterschap toe te vertrouwen aan een eminente persoonlijkheid uit de bouwwereld en/of een magistraat, een totaal onafhankelijk persoon.
De heer DUPLAT, voormalig Voorzitter van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en oud Voorzitter van de Erkenningscommissie, voldoet perfect aan deze beide voorwaarden en neemt het voorzitterschap van de Commissie op magistrale wijze waar.
De Toezichtcommissie
De toetreding tot het Charter is niet enkel een eenvoudige formaliteit; de leden ervan dienen immers zowel een preventieve controle als een controle a posteriori te ondergaan.
Preventieve controle
Wanneer een onderneming een aanvraag indient om te kunnen toetreden tot het Charter, gaat de Toezichtcommissie vooreerst na of de vooropgestelde toetredingsvoorwaarden wel degelijk zijn vervuld. Laten wij ze nog even in herinnering brengen: lid zijn van de Federatie, geregistreerd zijn en ten minste erkend zijn in de categorie 2D.
Welke reputatie geniet de onderneming binnen de sector? De leden van de Commissie worden verzocht de anderen mee te delen wat ze over de betrokken onderneming weten.
Essentieel is evenwel dat de Commissie in zekere zin een preventieve controle verricht door gedetailleerd de modelaannemingsovereenkomst van de onderneming te onderzoeken.
Wanneer wordt vastgesteld dat de wet Breyne op een of ander punt niet wordt nageleefd, wordt de onderneming verzocht de gebruikte overeenkomst te wijzigen. Doet zij dat niet, dan zal haar aansluiting worden geweigerd.
Zo werden een aantal toetredingsaanvragen niet in aanmerking genomen omdat de betrokken onderneming geen gevolg gaf aan het verzoek om de door haar gebruikte overeenkomst op een of ander punt te wijzigen.
Een andere mogelijkheid is dat de onderneming die het Charter tekent, zich ertoe verbindt gebruik te maken van de modelovereenkomst van de beroepsorganisatie, die vanzelfsprekend beantwoordt aan de wet Breyne.
Controle a posteriori
Naast deze preventieve controle verricht de Commissie ook controle a posteriori en zij doet zulks wanneer een opdrachtgever een klacht indient en grieven aanvoert tegen een lid van het Charter, meer bepaald wanneer de wet Breyne van 9 juli 1971 wordt overtreden.
Zodra een particulier een klacht indient bij de Commissie - de klacht is kosteloos en vergt enkel een brief - vat deze laatste het onderzoek aan en hoort zij de partijen.
De Commissie verklaart zich nochtans onbevoegd wanneer de voorlopige oplevering al heeft plaatsgehad en/of wanneer één der partijen al een rechtsvordering heeft ingespannen voor de rechtbank.
Na de klacht te hebben onderzocht, neemt de Commissie een beslissing. Wanneer zij acht dat de klacht gegrond is, verzoekt zij de aangesloten onderneming een einde te stellen aan de onwettige handeling en het nodige bij te sturen voor de toekomst. Doet zij dit niet, dan wordt zij uit de lijst van de leden van het Charter geschrapt.
De Commissie is bovendien ook bevoegd om een bemiddelende rol te spelen, wat de partijen de mogelijkheid biedt een verslechtering van hun betrekkingen en een eventuele - lange, dure en uiteindelijk voor beide partijen steeds nadelige - procedure voor de rechtbank te voorkomen.
Indien de onderneming lid is van het Charter, is het bijgevolg mogelijk een beroep te doen op de Toezichtcommissie, die dan zal optreden als verzoeningsorgaan tussen de partijen. Voorwaarde voor deze tussenkomst is echter wel dat het geschil niet van zuiver technische aard is, dat het gaat om een geschil in het kader van de wet Breyne en dat het nog niet aanhangig werd gemaakt bij de Rechtbank.
Op die wijze is een snelle oplossing van een bouwgeschil mogelijk, zonder andere formaliteiten dan een eenvoudige brief en zonder kosten.
DE TOETREDING VAN EEN ONDERNEMING TOT HET CHARTER SCHEPT BIJGEVOLG ONBETWISTBAAR EEN VERMOEDEN VAN BETROUW-BAARHEID EN ERNST, ZODAT DE KANDIDAAT-BOUWERS ER ZEKER ALLE BELANG BIJ HEBBEN EEN BEROEP TE DOEN OP EEN LID VAN HET CHARTER.
|